HENS-blog

over eigenzinnige (nieuwe) schrijvers en wat hen drijft

Ik ben een oeuvrelezer – over Blauwe Maandagen (1994) van Arnon Grunberg

Als een schrijver mij boeit, begin ik graag bij het begin, bij zijn of haar debuut, en lees zo verder naar het eind. Vaak strand ik dan ergens op een derde, of al eerder, omdat er altijd wel een boek is dat mij minder aanspreekt.

Bij Simon Vestdijk (1898-1971) was dat zijn roman Ivoren Wachters (1944-1951), waarvan ik de hoofdpersoon zo irritant vond, dat Vestdijks oeuvre daar voor mij eindigde. Bij Philip Roth (1933-2018) eindigde het leesavontuur vooralsnog bij The Great American Novel uit 1973. Hier was het de stijl die mij irriteerde (net als Ulysses van James Joyce of sommige van de vroege gedichten van Ilja Leonard Pfeijffer mij irriteren): waarom moet ik pagina’s vol bijvoeglijke naamwoorden achter elkaar lezen die allemaal beginnen met dezelfde letter? Ik ben blijkbaar allergisch voor inhoudsloze vormexperimenten. 

Het nadeel als je een oeuvrelezer bent, en ergens onderweg strandt, is dat je beslist een aantal meesterwerken mist die een schrijver op latere leeftijd geschreven heeft. Dat is dan maar zo. Ik blijf erbij: je schrijft een oeuvre (ook al bestaat dat oeuvre maar uit één boek), of je schrijft niet. Is er een boek binnen dat oeuvre dat van mindere kwaliteit is, of minder boeiend, dan had dat boek beter niet gepubliceerd kunnen worden.

Momenteel heb ik het plan om de oeuvres van Arnon Grunberg (1971), Ilja Leonard Pfeijffer (1968) en Jeroen Brouwers (1940-2022) te gaan lezen. Ik las uiteraard al losse onderdelen van hun werk, maar je begrijpt een oeuvre pas volledig als je de ontwikkeling van de schrijver volgt vanaf zijn debuut. Pfeijffer bewonder ik vanwege de grootsheid van zijn thema’s en de spankracht van zijn verbeelding (al vond ik zijn Brieven uit Genua tot nu toe het mooist), Brouwers vanwege zijn precieze stijl en genadeloze zelf- en mensbeeld, terwijl ik van Grunberg nog niet weet waarom ik hem bewonder, of zou moeten bewonderen. De boeken die ik tot nu toe van Grunberg las, vond ik somber, treurig, deprimerend. Dat past niet goed bij mijn eigen mens- en wereldbeeld. Toch zie ik zijn kwaliteit, die ik begrijpen wil. Daarom begon ik ook bij Grunberg bij het begin: bij Blauwe Maandagen uit 1994.

De treurige, deprimerende, troosteloze inhoud zit er bij deze roman al helemaal in. Als je zo moet leven, kun je net zo goed niet leven, lijkt Grunbergs boodschap. Toch leeft de mens, tegen de klippen op, en dat is misschien het grootste mysterie. Leven is moeilijker dan het schrijven van een boek, zegt hij zelf. Of letterlijk: “Het is moeilijker één dag goed te leven dan een boek te schrijven.” (op p. 155 in de 36e druk uit 2011, uitgegeven door de Volkskrant in de serie De beste debuutromans).

De kracht van het boek zit hem in de observerende stijl: de hoofdpersoon genaamd Arnon Grunberg beschrijft wat hij ziet en doet en denkt en voelt en zegt, alsof hij zichzelf beschouwt van buitenaf. De absurditeit van wat we leven noemen is een hoofdthema. Grunberg maakt ons die duidelijk door gebeurtenissen, handelingen of uitspraken niet logisch achter elkaar te plaatsen, maar schijnbaar willekeurig, zoals Grunberg het leven blijkbaar ervaart. Als hij bij zijn moeder in de tuin zit, en “de buurkinderen eindelijk waren opgehouden met schreeuwen, had ik gezegd: ‘Het kan me niets schelen als je zou verrekken, je kan me niets schelen.’ Ik wist niet meer of dat waar was en waarom ik het zei, ik wist alleen dat we een paar minuten daarvoor nog gepraat hadden over een den die was omgeplant.’ ‘Je bent een onmens,’ zei mijn moeder. ‘Ja,’ zei ik, ‘dat ben ik.’” (p. 198)

Iedere zin is gevuld met tragiek. Dat op de achterflap recensenten worden geciteerd die ‘tranen in hun ogen kregen van het lachen’ en het boek ‘ zó grappig’ noemen, ‘dat de lach een grimas wordt’, begrijp ik dan ook niet. Blauwe Maandagen is allesbehalve grappig. Het is een treurig boek, waarmee een jonge Arnon uitdrukking geeft aan zijn lijden. Hoe hij daar in het vervolg van zijn oeuvre vorm aan geeft, laat ik dat de komende tijd eens nader onderzoeken. Het lezen van Grunbergs oeuvre is begonnen. Leest u mee? 

(Richard Stuivenberg)

Terug naar overzicht