HENS-blog

over eigenzinnige (nieuwe) schrijvers en wat hen drijft

Jackie June ter Heide: “Ik wil boeken schrijven die ik zelf als kind had willen lezen”

Een paar jaar geleden zat Jackie June ter Heide op de bank. Ze voelde zich moe. Ze was net verhuisd, werkte hard als klinisch psycholoog en senior onderzoeker bij ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum, was gepromoveerd, en zette tussendoor nog twee zoons op de wereld. Halverwege de veertig was ze inmiddels. En nu? dacht ze. Waar word ik nu gelukkig van? Ze las het boek The Succes Principles van Jack Canfield. Doe waar je blij van wordt, was het heldere advies.

“Ik hield altijd veel van lezen, van taal. Ik dacht toen: kan ik dat ook? Vaak merkte ik, in de auto of tijdens het koken, dat er taal in me opborrelde. Misschien moest ik die taal eens op gaan schrijven. Zo ben ik begonnen, met columns. Ik volgde een schrijftraining en begon daarna aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. Ik vond het meteen belangrijk om ook gelezen te worden. Voor een vakblad schreef ik boekrecensies en ik kon columns schrijven voor Impact Magazine en voor Linda.nl."


Een kijkje in haar leven


Columns beschouwt ze als mini-essays. Ze probeert op een persoonlijke manier een kijkje te geven in haar leven en werk. Zoals die keer dat ze een moeilijk moment had in de auto en ze merkte dat er ineens een politieauto naast haar reed waarin de bijrijder vragend haar duim opstak, om te checken of alles oké met haar was. “Dat raakte me. Vooral omdat ik weet hoeveel ellende politieagenten meemaken in hun dagelijkse werk. Dat ze dan nog oog hebben voor zoiets schijnbaar kleins als een vrouw die het even moeilijk heeft, dat vond ik ontroerend. Daar schrijf ik dan over.”


De eerste zin

Naast columns schrijft Jackie June graag voor kinderen. “Het prettige van kinderliteratuur is dat je er geen research voor hoeft te doen. Althans niet voor het soort boeken waar ik van hou, zoals de boeken van Michael Ende (Momo en de Tijdspaarders en Het Oneindige Verhaal) en mijn ‘all time favourite’ The Wind in the Willows van Kenneth Grahame. Ik schrijf denk ik vooral voor het kind dat ik zelf vroeger was. Ik wil boeken schrijven die ik zelf als kind had willen lezen, boeken waarin je helemaal kunt verdwijnen.”

Ze begint graag vanuit een simpel gegeven: een object, een dier, een gebouw. Van daaruit opent zich een wereld. Zo bedacht ze een verhaal over een poetsvis. En over een eigenzinnige auto die je niet brengt waar jij naartoe wil, maar waar je volgens de auto naartoe moet. “Belangrijk is dat je met de eerste zin meteen in het verhaal zit. Laatst had ik zo’n goede beginzin: ‘Hij had gedacht dat sterven pijnlijk en moeizaam zou zijn, maar eigenlijk viel het reuze mee.’ Je krijgt dan meteen beelden. Je moet het voor je kunnen zien, als in een film, zeker als je voor kinderen schrijft.”


“Ik hou van niet-pretentieuze boeken”

Ze leest nu vooral Engelstalige literatuur. Nederlandse literatuur voor volwassenen kan haar meestal niet zo boeien. “Engels is beknopter. In het Engels hoeven zinnen niet zo lang te zijn. Het is daardoor minder pretentieus. Ik hou van niet-pretentieuze boeken, waarin je achterover kunt leunen en op een prettige manier vermaakt wordt. De Ontdekking van de Hemel van Harry Mulisch bijvoorbeeld heb ik met moeite uitgelezen. Dat is me te hoogdravend.”

Voor Jackie June geen Hermans, Mulisch of Reve dus, ‘de grote drie’ van de naoorlogse Nederlandse literatuur. Welke schrijvers zijn voor haar ‘de grote drie’? “Hilary Mantel staat op één. Haar trilogie over Thomas Cromwell is voor mij de ultieme literatuur, ongeëvenaard. Verder zet ik graag Bill Bryson in mijn top drie, en de boeken van George Saunders, met name zijn A Swim in the Pond in the Rain, verhalen met veel humor over hoe je verhalen moet lezen. Op dit moment lees ik The Writer's Guide for Crafting Stories for Children van Nancy Lamb. Als stap in de richting van het kinderboek dat ik nog wil schrijven. Het boek dat ik zelf als kind had willen lezen.”

(Richard Stuivenberg)

Terug naar overzicht